Een vlotte motorische ontwikkeling in de eerste levensmaanden draagt bij aan het verminderen van een voorkeurshouding en het voorkomen van ( een verergering van) een eventuele afplatting van het hoofdje .Uit onderzoek blijkt dat baby's met een wat trage motorische ontwikkeling meer kans hebben op het ontwikkelen van een voorkeurshouding. Wanneer een baby een groot deel van de dag op de rug ligt en te weinig variatie in houdingen krijgt aangeboden, ontwikkelt hij zijn strekspieren meer dan zijn buikspieren. Er ontstaat een disbalans in spierkracht die belemmerend kan werken op de ontwikkeling. Ook een voorkeurshouding versterkt de neiging tot strekken in de nek ( hoofdje naar achteren brengen).

Slapen

Leg je baby altijd op de rug bij het slapen. Het is belangrijk dat je baby tijdens het slapen met het hoofdje afwisselend naar links en rechts gedraaid ligt. Draait je baby uit zichzelf steeds naar dezelfde kant, probeer hem dan( tijdens het slapen) naar de andere kant te draaien. Wanneer je baby al een voorkeur heeft is het soms lastiger om het hoofdje naar de niet-voorkeurskant te draaien. Ook vinden baby's het niet altijd prettig als je aan het hoofd komt en ermee beweegt. Je kunt dan proberen om je baby eerst naar de zij te draaien op de niet-voorkeurskant en vervolgens zijn lijfje rustig terug te draaien naar de rug, terwijl het hoofd naar de zijkant blijft liggen. Zorg  dat je baby  bij het wakker worden wordt uitgelokt om  naar de niet-voorkeurszijde te kijken. In de eerste weken is dit vooral de lichtbron ( raam). Ook een speeltje met sterk contrast aan de niet-voorkeurszijde kan zijn aandacht trekken. Wanneer je baby ouder is zal hij eerder gericht zijn op personen; zorg dan dat je je baby vanaf de niet-voorkeurszijde benadert.

Voeden

Houd je baby bij flesvoeding afwisselend op je linker en rechter arm vast( bij borstvoeding wissel je natuurlijk vanzelf al af). Zorg hierbij dat je  baby in een "ronde" houding ligt, waarbij de armpjes naar voren worden gehouden ( wanneer je het armpje dat tegen je lijf aan ligt onder je oksel houdt bevorder je dat je baby teveel gaat strekken). Je kunt je baby bij flesvoeding ook recht voor je voeden, waarbij je je baby op je bovenbenen legt met de billen en benen tegen je buik aan. Zo ligt hij in een mooie ronde houding en heb je goed oogcontact..Het is handig om je eigen voeten op een verhoging te zetten, je baby ligt dan met zijn hoofdje wat hoger en zo heb je goed oogcontact.

Verzorgen

Tijdens de verzorging kun je je baby al verschillende houdingen laten ervaren. Draai je baby bij het aan- en uitkleden van de ene naar de andere zijde in plaats van de baby alleen aan de benen omhoog te tillen.Leg je baby na elke verzorging een paar minuten op de buik op het aankleedkussen.

Oppakken met draaien

Je kunt je baby oppakken door je handen aan weerszijden tegen de zijkanten van de borstkas, iets onder zijn oksels te leggen en hem zo naar de zij te draaien. Wanneer hij op zijn zij ligt, kunt je hem rustig zijwaarts optillen. Op deze manier versterk je de hals- en nekspieren van je baby.

Dragen

Draag je baby in een ronde houding. Hiermee voorkom je dat je baby teveel gaat strekken en verminder je de spanning in de nek. Daardoor kan hij zijn hoofd beter draaien. Wanneer je je baby op je arm draagt, moeten de benen en heupen licht gebogen zijn en de armen naar voren liggen. Je kunt je baby ter afwisseling ook in buikligging dragen: het hoofdje ligt dan op je onderarm, en met deze arm ondersteun je de borst Je andere arm ligt tussen de benen door en steunt de buik. Zo stimuleer je de oprichting van het hoofdje in buikligging. Je kunt het hoofdje wat hoger houden dan de billen, dan wordt het oprichten van het hoofdje makkelijker.

Spelen

De box is een goede speelplek voor je baby. Je baby heeft in de box voldoende bewegingsruimte. Zorg dat je een speelgoedmobiel op navelhoogte ophangt, dat voorkomt dat je baby teveel achterover gaat kijken.

Afwisselende zijligging is zeker in de eerste 2 maanden een goede speelhouding, waarbij de handjes makkelijk bij elkaar komen en naar de mond gebracht kunnen worden. Draai je baby naar de zij door de beentjes te buigen en hem via de benen/bekken naar de zij te brengen. Zorg dat het onderliggende armpje zijwaarts op schouderhoogte ligt wanneer je je baby draait.Wanneer de zijligging nog instabiel is en je baby terug neigt te rollen naar de rug, kun je iets tegen de rug aan leggen. Meestal komt het terugrollen doordat de baby teveel strekt, zorg daarom voor een goede gebogen houding in zijligging.Spelen in zijligging kan een remmend effect hebben op een voorkeurshouding.

Buikligging ( tummy time)

Begin meteen in de eerste weken met je baby op de buik te leggen wanneer hij wakker is en onder toezicht.Je kunt dit tijdens het verschonen doen of wanneer je met je baby speelt.  Doe dit bij voorkeur als je baby nog niet moe is en niet te snel na een voeding. Als het nog niet zo goed gaat beperk dit dan tot 1 of 2 minuten per keer, maar doe het dan wat vaker.Breidt het spelen op de buik uit naar 5 keer 15 minuten per dag op de leeftijd van 3 maanden.

Breng je baby naar de buik door een van beide armpjes omhoog te leggen en hem  via het bekken naar de zij te draaien en vervolgens door naar de buik. Zo ervaart je baby.wat het is om een draaibeweging te maken Breng de armpjes van je baby naar voren.Je kunt wat druk op de billen geven, hierdoor is het makkelijker voor je baby om zijn hoofdje op te tillen.

Op de buik liggen vindt je baby niet altijd meteen leuk, hij moet eraan wennen.Als hij gaat huilen of snel moe wordt ( kreungeluidjes), draai hem dan rustig terug naar de rug en probeer het even later nog eens. Zo kun je dit  opbouwen in tijdsduur en frequentie. Na een tijdje gaat het spelen  op de buik erbij horen en wordt je baby sterker. Zorg dat je oogcontact met je baby kunt maken of hem afleidt met een speeltje wanneer hij iets ouder is. Je kunt het spelen op de buik bijvoorbeeld op de eettafel doen, zo kun je makkelijker op ooghoogte van je baby blijven. Je kunt de buikliggig ook oefenen door je baby op je eigen buik te leggen, over je bovenbenen heen te leggen of bijvoorbeeld in buikligging te dragen.

Op YouTube zijn verschillende instructiefilmpjes te vinden onder de zoekterm Tummy Time ( bijv. pathways.org).

Op de website van Jeugd en Gezin Gooi en Vechtstreek zijn folders te downloaden: https://www.jggv.nl

Een ( beginnende) voorkeurshouding zal door de ouders zelf of het consultatiebureau worden opgemerkt. Het consultatiebureau zal je de eerste adviezen geven om de voorkeurshouding te doorbreken .Wanneer de voorkeur blijft bestaan dan is vroegtijdig inschakelen van een kinderfysiotherapeut van belang. De kinderfysiotherapeut kan je op jouw baby aangepaste adviezen geven.