• Schrijf problemen

Uit onderzoek blijkt dat 20 tot 30 procent van de kinderen in het basisonderwijs problemen heeft met het ( leren) schrijven. Deze problemen gaan bij een aantal kinderen vanzelf over , maar bij sommige kinderen blijven de problemen ondanks de oefening in de klas en/of thuis bestaan.

Schrijven is een ingewikkelde vaardigheid waarbij veel onderliggende processen een rol spelen. Er zijn dan ook verschillende redenen waarom het ( leren) schrijven moeizaam kan verlopen.
Het kind moet om te kunnen leren schrijven voldoen aan bepaalde motorische voorwaarden. Daarnaast spelen echter cognitieve vaardigheden, visuele perceptie , visuo-motorische planning en aandacht een belangrijke rol. Ook gedragsproblemen kunnen een negatief effect hebben op het schrijfproces.

Motorische schrijfproblemen uiten zich in een slecht leesbaar handschrift, onvoldoende snelheid van het schrijven ( het kind krijgt zijn werk niet af) of bijvoorbeeld pijn in de pols of vingers ( schrijfkramp). Bij schrijfmotorische problemen verloopt het schrijfproces ( houding en beweging) moeilijk  en het schrijfproduct komt moeizaam tot stand. Het schrijven wordt een( te) grote opgave voor het kind.

Wanneer motorische problemen de grondslag vormen voor het schrijfprobleem, is er een indicatie voor kinderfysiotherapeutische begeleiding.Motorische schrijfproblemen kunnen op zichzelf staan, maar ook onderdeel zijn van een meer algemeen probleem met de fijne en/of de grove motoriek.

Problemen met de fijne motoriek worden vaak al in groep 1-2 gesignaleerd door de leerkracht, de ouders of de jeugdarts.Het valt dan op dat het kind bijvoorbeeld moeite heeft met vaardigheden als  knippen, vouwen, veters strikken, tekenen , kleuren en het goed vasthouden van het potlood. Ouders geven vaak aan dat hun kind thuis niet van knutselen houdt. Eind groep 2 wordt op school meestal begonnen met het oefenen van de voorbereidende schrijfreeksen. De motorische voorwaarden voor het leren schrijven in groep 3 worden eind groep 2 geacht grotendeels aanwezig te zijn ( goede zithouding, goede pengreep, ontwikkelen van de  voorkeurshand, kunnen kruisen van de middellijn en het vloeiend kunnen uitvoeren van de voorbereidende schrijfreeksen).
Het is van belang dat  problemen onderkend worden en dat het kind hiermee wordt geholpen, zodat het proces van leren schrijven in groep 3 niet een te grote opgave wordt. Ook is het moeilijker een eenmaal aangeleerde onjuiste pengreep in een later stadium af te leren.

In groep 3 wordt begonnen met het aanleren van de (schrijf)letters. Het kan dan opvallen dat het kind een erg gespannen pengreep heeft of dat de zithouding gespannen is. Ook kan het kind moeite hebben met het op de juiste manier vormen van de letters en kan het langer duren voordat de lettervorm geautomatiseerd is.

In groep 4 worden de schrijfproblemen duidelijker, omdat dan de cognitie ( aandacht voor de spelling) steeds meer een rol gaat spelen. Wanneer de schrijfletters nog niet geautomatiseerd zijn, moet het kind de aandacht over 2 dingen tegelijk verdelen, hetgeen vaak ten koste van het schrijven gaat( of omgekeerd, de aandacht die het kind nodig heeft voor het schrijven gaat ten koste van de aandacht voor de spelling). Ook het schrijftempo gaat in groep 4 al snel omhoog. Bij een onvoldoende vloeiende , ontspannen schrijfbeweging kan het kind het schrijftempo niet bijhouden.

In groep 5 tot en met 8 wordt een steeds groter beroep gedaan op het schrijftempo van het kind. Een kind met schrijfproblemen kan bij voldoende tijd vaak nog redelijk meekomen, maar valt uit wanneer het werktempo omhoog gaat. Dit kan zich naast een traag schrijftempo ook uiten in een te snel schrijftempo en daarmee een vaak slordig handschrift.

Hoe brengt de kinderfysiotherapeut het schrijfprobleem in kaart ?

Eerst wordt de hulpvraag geinventariseerd in een vraaggesprek met ouders en het kind zelf. Indien gewenst kan met toestemming van de ouders  de informatie later nog worden aangevuld met gegevens van de leerkracht.

Het onderzoek bestaat uit het afnemen van een motorische test ( Movement ABC test), een observatie van de fijne motoriek en aanvullend een observatie van algemene motorische vaardigheden die voor het goed kunnen uitvoeren van de fijn-motorische vaardigheden van belang zijn ( rompbalans, spierkracht, hand-handco√∂rdinatie). Indien uit de intake naar voren komt dat er mogelijk ook problemen zijn met de grove motoriek, het evenwicht en/of de balvaardigheid  wordt dit eveneens in het onderzoek meegenomen. Voor kinderen in groep 1 en 2 wordt een algemeen observatie-instrument van de fijne motoriek (KOEK). Voor kinderen vanaf groep 3 wordt een instrument gebruikt ter beoordeling van de kwaliteit van het handschrift .Er wordt gekeken naar de pengreep en de zithouding , de oog-handco√∂rdinatie en de lateralisatie.

De uitkomsten van het onderzoek worden met de ouders besproken. Soms is alleen een advies nodig. Indien begeleiding van het kind nodig is, wordt een behandelplan opgesteld dat met de ouders wordt besproken. Met toestemming van de ouders kan de kinderfysiotherapeut contact opnemen met de leerkracht. Een goede samenwerking met de school is belangrijk bij de begeleiding van schrijfproblemen, zodat de gegeven adviezen ook in de klas toegepast kunnen worden.