• Kinderfysiotherapie specialisatie

Wanneer je baby in de eerste levensmaanden zijn of haar hoofdje een groot deel van de tijd naar dezelfde kant draait of met het hoofdje naar dezelfde kant gedraaid ligt, spreken we van een voorkeurshouding. Sinds de richtlijnen voorschrijven dat baby's op hun rug moeten slapen ter preventie van wiegendood, is het aantal baby's met een voorkeurshouding en een afplatting van de schedel sterk gestegen.1 op de 6 baby's ontwikkelt na de geboorte een voorkeurshouding, al dan niet gepaard gaande met een (toenemende) afplatting van de schedel.

Meteen na de geboorte draaien baby's hun hoofd vaak naar dezelfde kant.In de baarmoeder heeft 85 % van de baby's al een favoriete kant om het hoofd op te draaien. Meestal gaat dit binnen enkele weken vanzelf over en ligt de baby afwisselend met het hoofdje naar links of naar rechts gedraaid. Sommige baby's blijven hun hoofd steeds naar dezelfde kant draaien en lijken moeite te hebben hun hoofd ( volledig)naar de andere zijde te draaien. Door deze voorkeurshouding kan de achterzijde van het hoofd aan de kant waarop de baby altijd ligt platter worden. We spreken dan van een plagiocephalie ( scheve afplatting). Een baby kan ook een voorkeur hebben om altijd met het hoofd in het midden te liggen. In dat geval kan de schedel een afplatting aan de achterzijde gaan vertonen ( brachycephalie of platte, brede schedel). De afplatting heeft geen negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van de hersenen, wel kan het een cosmetisch probleem vormen. .

Het is niet duidelijk waarom sommige baby's gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van een voorkeurshouding. Wel lijken er een aantal factoren te zijn die de voorkeur makkelijker in stand houden. Jongens en eerstgeborenen hebben bij de geboorte meer risico op het hebben van een schedelasymmetrie. Bij de voorkeurshouding die zich na de geboorte ontwikkelt spelen hanterings- en positioneringsgewoonten tijdens slapen, voeden, spelen en verzorgen een rol( slapen op de rug, te weinig variatie in houdingen tijdens verzorgen en  wanneer de baby wakker is). Ook bij  baby's die zich motorisch minder snel ontwikkelen of een lager activiteitenniveau hebben is de kans groter dat de voorkeurshouding langer blijft bestaan, met het risico op ( toename van) een afplatting van de schedel. Bij baby's met een voorkeurshouding is er zelden sprake van een beperking van de beweeglijkheid van de nekwervels .Het actieve draaien van het hoofd naar de niet-voorkeurszijde is beperkt, wat mogelijk het gevolg is van een musculaire disbalans. De passieve beweeglijkheid is meestal volledig mogelijk.

De voorkeurshouding ontstaat in de eerste 3 a 4 maanden. Uit onderzoek bleek dat op de leeftijd van 6 maanden  de voorkeurshouding is verdwenen, zowel bij baby's die therapie kregen als bij de baby's zonder therapie.Het hoofdje van de baby groeit het snelst in de eerste 6 maanden. We zien vaak een toename van de afplatting van de schedel tot 4 a 5 maanden wanneer de baby nog veel op de rug ligt. Omdat de voorkeurshouding verdwijnt en de baby op de leeftijd van 6 maanden veel meer in buikligging is, is er vanaf die leeftijd minder kans op toename van de schedelafplatting.De voorkeurshouding van het hoofdje wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een disbalans van de halsspieren. Maar we zien ook een disbalans ontstaan in de motoriek ( sterk in de rugspieren, zwak in de buikspieren).Dit heeft gevolgen voor de manier waarop de baby zich motorisch ontwikkelt.

Uit onderzoek is gebleken dat vroegtijdige begeleiding door een kinderfysiotherapeut  bij zuigelingen met een voorkeurshouding op de leeftijd van 7 weken een duidelijke vermindering van de ernst van de schedelasymmetrie geeft gemeten bij 6 en 12 maanden.

Behandeling voorkeurshouding.

Een voorkeurshouding is niet in alle gevallen te voorkomen. Preventie van een voorkeurshouding dient al vroeg bij alle zuigelingen te gebeuren tijdens de kraamzorg en bij het consultatiebureau door  de ouders te adviseren en hanterings- en houdingsadviezen te geven. Door al vroeg te beginnen je kindje - wanneer het wakker is - aan verschillende houdingen te wennen voorkom je dat er een te eenzijdige belasting op de schedel is gedurende de dag en stimuleer je de motorische ontwikkeling van je kind.  Indien de toegepaste adviezen tot onvoldoende resultaat leiden, is het belangrijk om een kinderfysiotherapeut te consulteren. De kinderfysiotherapeut kan specifiek op uw kindje afgestemde adviezen geven.Meestal gebeurt dit aan huis, zodat de adviezen in uw eigen omgeving toegepast kunnen worden.